UPDF AI

Pleidooi voor een ontwerpgerichte

bestuurskunde

A. V. Buuren

2019 · DOI: 10.5553/BK/092733872019029002004
Bestuurskunde · 0 Citations

Abstract

De vraag hoe de bestuurskunde de praktijk van het openbaar bestuur beter van dienst kan zijn, houdt velen in ons vakgebied bezig (Ringeling, 2007; Van Twist, 2010; Perry, 2012). Velen maken zich zorgen over de academisering van de bestuurskunde, waarbij het vakgebied zich lijkt weg te bewegen van zijn oorspron‐ kelijke doel en inzet. De afscheidscolumn van Wim Derksen vat deze zorgen kern‐ achtig samen.1 Maar ook jonge hoogleraren Bestuurskunde herkennen die zorg (Karré, 2016). En niet zelden voelt een bestuurskundige zich tamelijk onbehage‐ lijk als hij of zij gevraagd wordt het openbaar bestuur te adviseren. Dat onbeha‐ gen zien we terug in een artikel van Duncan Watts (2017) waarin hij beschrijft hoe hij zich voelt als meer natuurwetenschappelijke collega’s bij IBM hem als sociaal wetenschapper vragen om te adviseren vanuit zijn vakgebied. Gelet op de grote theoretische incoherentie in dit domein is het vrijwel onmogelijk om te komen tot gezaghebbende uitspraken in de trant van ‘als je dit doet, kun je dat verwachten’. Op basis daarvan pleit Watts ervoor om meer aandacht te geven aan oplossingsgericht onderzoek. Dat dwingt wetenschappers het incoherentiepro‐ bleem op te lossen en faciliteert dus wetenschappelijke vooruitgang. Maar, in zijn woorden, ‘it would help social science to be more visibly useful to the world, the‐ reby improving its status with an increasingly skeptical public, as well as genera‐ ting excitement and interest among students who might otherwise choose the natural sciences, engineering or some other profession entirely’ (Watts, 2017, p. 4). Van oudsher is de bestuurskunde een praktijken toepassingsgerichte weten‐ schap. Sterker nog, het was een van de founding fathers van de bestuurskunde, Simon, die in 1969 betoogde dat een vakgebied als de bestuurskunde zich bezig‐ houdt met een studieobject dat door mensen is vormgegeven, the artificial (en dus niet met natuurlijke objecten). Dit object, of het nu organisaties, processen, syste‐ men of regels zijn, is vormgegeven met een doel of bedoeling. En de bestuurs‐ kunde onderzoekt in hoeverre dit object ook dit doel realiseert en hoe dit object die doelstelling eventueel beter zou kunnen realiseren. Dat maakt dat de bestuurskundige zich bezighoudt met typische ontwerpvragen: hoe een artefact zou moeten worden vormgegeven om het doel te realiseren waarvoor het bedoeld is. De roep om meer oplossingsgericht onderzoek sluit dus naadloos aan bij een oude traditie in ons vakgebied, maar ook bij de toenemende populariteit van meer ont‐